Youth World Food Day 2019: the Aftermovie

Terwijl de food professionals op World Food Day in de Mauritskazerne  aan het praten waren over circulaire voedselketens, waren op het Smaakpark, even verderop, ruim 200 jongeren aan de slag met hun eigen aanpak van voedselverspilling. Deze Youth World Food Day vormde daarmee ook een waardige afsluiting van de Dutch Food Week.

Het doe-festival begon met een lunch, bereid met groenten die op de nominatie stonden om te worden weggegooid. De wethouder van Ede, Leon Meijer was voor de gelegenheid langsgekomen en moedigde alle aanwezigen aan om vooral te doen. Veel doen en minder praten.

Er waren via live verbindingen gesprekken met het buitenland en de jongeren konden via SharedStudio’s rechtstreeks praten met jongeren in Nigeria en Gaza.

Het Wageningen Youth Institute verzorgde de workshop ‘Fruit for all’ die inzicht biedt in de complexe vragen rondom voedselzekerheid. Belangrijke vragen die we moeten beantwoorden als we in 2050 allemaal genoeg te eten willen hebben. Met een Kahoot Quiz kon iedereen zijn kennis testen.

Tijdens het festival presenteerden groepjes jongeren hun ideeën om voedselverspilling tegen te gaan.

Eerste successen voor Foodvalley Accelerator

Het is bijna een jaar geleden dat Foodvalley NL aankondigde samen met ScaleUp een Accelerator-programma te gaan starten, gebruikmakend van de faciliteiten van het World Food Center. Het programma van Foodvalley Accelerator richt zich specifiek op scale-ups in de agrifoodsector. Nederlandse bedrijven met een schaalbaar product of dienst en een omzet van minimaal 100.000 euro.

In april gingen de eerste deelnemers van start en inmiddels kunnen de eerste resultaten worden gedeeld. Marian Peters, CEO van New Generation Nutrition (NGN) volgde dit jaar het Foodvalley Accelerator programma om de snelle groei van haar bedrijf in goede banen te leiden. “Deelname dwingt je tot het maken van heldere keuzes.”

Kennis over insecten

NGN, gevestigd in Den Bosch, ontwikkelt nieuwe toepassingen met insecten en zet tegelijkertijd in op kennisontwikkeling. “We willen een insectenketen bouwen en ontwikkelingen in deze sector in een stroomversnelling brengen,” zegt Peters, die het bedrijf in 2012 oprichtte samen met haar toenmalige zakenpartner Marleen Vrij. “We hebben een coördinerende rol in de sector.”

Snelle groei

NGN groeide in amper zeven jaar tijd uit van een tweepitter tot een bedrijf met veertien medewerkers, diverse producten en projecten in Europa en Afrika. om deze snelle groeie in goede banen te kunnen blijven leiden, besloot Peters in april dit jaar deel te nemen aan Foodvalley Accelerator.

“Deze opzet dwingt je om na te denken over wie je bent en waar je voor staat”, vertelt de CEO, die nu halverwege het programma is. “Je wordt voor langere tijd in een denkproces gezet dat je niet meer los laat. Daardoor maak je weloverwogen, heldere keuzes.”

Peters is ook enthousiast over de toepasbaarheid van de tools die ze tijdens het programma krijgt aangereikt. “De aanpak voor dagelijkse teamsessies hebben we bijvoorbeeld een op een overgenomen. Onze medewerkers weten nu beter wat er van ze verwacht wordt en worden gestimuleerd met elkaar mee te denken”, illustreert ze. “Ik heb ook geleerd hoe we, samen met onze medewerkers, onze bedrijfsprocessen tegen het licht kunnen houden.”

Lees hier het hele interview.

Foodvalley Accelerator

De Foodvalley Accelerator helpt bedrijven om groei te realiseren. Een nieuwe groep ondernemers start in 2020. Heeft u interesse om mee te doen?

Hier vindt u meer informatie

 

CEMAS Valencia en World Food Center Ede: gemeenschappelijke doelen

In oktober 2016 hebben de stad Valencia en de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties (FAO) in Rome een overeenkomst getekend. Hierin werden verschillende vormen van samenwerking afgesproken, gericht op het verbeteren van duurzame stedelijke voedselsystemen. Het World Sustainable Food Centre (WSFC, of CEMAS in het Spaans) is een van de belangrijkste resultaten van deze overeenkomst.

De WSFC wil activiteiten met betrekking tot duurzame voedselbescherming promoten, beheren en coördineren. Het inventariseert de vele initiatieven, in steden over de hele wereld, die gericht zijn op het opzetten van duurzame lokale voedselsystemen. Daarnaast is een fysieke locatie geopend van waaruit de kennis wordt gedeeld en wordt samengewerkt aan alle kwesties met betrekking tot voedsel, voeding, de strijd tegen honger, klimaatverandering en duurzame lokale voedselsystemen.

Vorige week was prof. Dr. Cristina M. Rosell in Nederland. Rosell is hoogleraar aan het Spaanse instituut voor agrochemie en voedseltechnologie (IATA-CSIC) en lid van de advisory board van WSFC Valencia. Ze ontmoette hier haar collega’s van de gemeente Ede en van de Zweedse regio Östergötland. Ze nam ook deel aan de Wereldvoedseldag in het World Food Center.

We zijn net begonnen

“WSFC in Valencia is pas in juli van dit jaar officieel geopend en bevindt zich dus nog in de beginfase. En dat is slechts een van de vele dingen die we gemeen hebben met het World Food Center in Ede”, begint Cristina M. Rosell.

Geweldig initiatief
“Het World Food Center is een geweldig initiatief en er zijn zeker veel mogelijkheden om samen te werken met WSFC Valencia. We delen gemeenschappelijke doelen, in lijn met de belangrijkste strategieën van de FAO, met betrekking tot de strijd tegen honger, duurzame stedelijke voedselsystemen, klimaatverandering, voeding en voedselverspilling.”

“Daarom zijn we nu op zoek naar informatie-uitwisseling en bundeling van onze krachten omdat door het delen van kennis, de gewenste en vereiste veranderingen en transformaties sneller kunnen verlopen. We staan ​​open voor elk initiatief rond voedsel, voedselbeheer en voedselsystemen. En willen helpen om deze zichtbaar te maken voor de wereld, zodat anderen kunnen voortbouwen op die ervaringen.”

Deze initiatieven kosten tijd
“De WSFC begon met twee personen die een gemeenschappelijke zorg deelden over de voedselsystemen en voedselkwesties in de wereld. Dit waren de voormalige directeur van de FAO en de burgemeester van de stad Valencia. Ze besloten gezamenlijk dat er iets moest worden gedaan en zagen dat steden steeds belangrijker werden bij de uitvoering van FAO-beleid en het realiseren van initiatieven. Steden brengen het beleid bij de burgers.”

“Ze hebben de overeenkomst al in 2016 ondertekend en vanaf dat moment werken ze samen. Het laat wel zien dat deze dingen veel tijd kosten, van idee tot realisatie. Juridisch zijn er zoveel dingen om op te zetten, en hoewel we nu een eigen locatie hebben voor vergaderingen en presentaties, is er nog erg veel te doen.”

Lokale initiatieven met ​​wereldwijde impact
“WSFC is een instelling onder leiding van de gemeenteraad van Valencia en de FAO, maar andere lokale autoriteiten en instellingen moeten actief worden meegenomen om het CEMAS tot een succes te maken en wereldwijde activiteit te kunnen bevorderen. Het moet dé referentie worden voor duurzaam voedsel in steden. Vanuit een mondiaal perspectief is het WSFC-doel om kennis te vergaren en wereldwijd alle initiatieven in kaart te brengen als het gaat om het creëren van duurzame voedselsystemen. Laat je inspireren door ideeën uit verschillende delen van de wereld en help door deze ideeën en projecten uit te wisselen.”

“WSFC is nog steeds een overheidsorganisatie, maar – net als WFC Experience – onderzoeken we de mogelijkheden om een ​​andere juridische entiteit te creëren waarmee we onafhankelijker kunnen werken”, voegt Cristina Rosell toe. “Ik geloof dat in organisaties zoals de onze, die werken voor burgers en gemeenten, de overheid een belangrijke rol heeft. Het moet echter niet de enige partij zijn. Het initiatief is misschien lokaal, maar de impact en reikwijdte zijn internationaal, dus organisaties zoals WSFC en WFC zouden onafhankelijk van overheden moeten zijn en ook de initiatieven en ideeën uit de private sector moeten meenemen.”

“Net als het World Food Center hebben we een adviescommissie die bestaat uit experts uit verschillende gebieden. Deze commissie breidt zich nog steeds uit. We wilden dat deze Advisory Committee neutraal zou zijn omdat de WSFC niet over commercie gaat. Het gaat om sociale betrokkenheid.”

 Samenwerking Ede en WSFC
“Mijn bezoek hier was echt nuttig. Ik ben onder de indruk omdat ik niet veel wist over het WFC noch over Ede. Ik wist niet wat ik hier zou vinden, maar ik was aangenaam verrast! Het World Food Center is echt een goed idee en ik weet zeker dat we onze krachten kunnen bundelen om te werken aan de verbetering van zowel lokale als internationale voedselsystemen. We bespreken nu hoe de samenwerking tastbaarder kan worden gemaakt.”

Hoe beginnen we?
“Voor mij zal het succes van die initiatieven komen als we globaal denken maar lokaal handelen. Lokaal moeten de burgers erin geloven en enthousiast zijn over deze initiatieven. Ze moeten denken dat deze initiatieven de steun waard zijn van hun lokale en regionale overheden en andere belanghebbenden. We moeten ze daarom gezamenlijk overtuigen met specifieke acties en duidelijke resultaten ”, vervolgt Cristina Rosell. “We kunnen beginnen met het delen van ervaringen en het uitwisselen van ideeën over hoe we de burgers van onze steden beter kunnen betrekken. ”

Lokaal eten, lokale initiatieven
“Een uitgangspunt kan lokaal eten zijn. Hoe voegen we waarde toe aan lokale producten via lokale markten? Wat is de ervaring van de twee steden om lokaal voedsel aantrekkelijker te maken voor de lokale markt? Hoe kunnen we lokale markten levendiger maken? Deze markten moeten meer zijn dan verkooppunten, ze moeten ontmoetingspunten zijn. Om er ontmoetingspunten van te maken, heb je concepten nodig die mensen aantrekken. De ervaring van voedsel kopen op een markt is meer dan alleen het aankoopproces en het product. We moeten de lokale voedselmarkten aantrekkelijker maken, meer ervaringen bieden. Ik denk dat Ede en Valencia hun kennis op deze gebieden kunnen delen om te zien wat we van elkaar kunnen leren. ”

“Het geldt voor elke consument: als je elke dag iets ziet, hecht je er niet altijd de juiste waarde meer aan. Het is dan te ‘gewoon’ geworden. Mensen lijken daarom vaak aangetrokken tot nieuwe en afwijkende producten die van de andere kant van de wereld komen. Waarschijnlijk omdat ze spannender lijken. Dus hoe kunnen we de lokale goederen ook spannender maken? We moeten veranderingen aanbrengen in smaak, kleuren en de bereiding van het voedsel, dan zullen mensen de nieuwe toegevoegde waarde van het product waarderen. We moeten innovatie integreren in lokaal voedsel. ”

Experience Center heeft een groot potentieel
“CEMAS is geen belevingscentrum. Het gaat om kennisuitwisseling en communicatie. In tegenstelling tot het WFC is het geen attractie of permanente tentoonstelling. In de WFC Experience richten jullie je je op kinderen. Dit is logisch omdat ze het potentieel hebben voor de lange termijn, voor toekomstige generaties. Maar je moet dit ook in evenwicht brengen met korte termijn successen en dingen met korte termijn impact. Mensen willen snelle resultaten zien, om de initiatieven op de lange termijn te ondersteunen ”

Internationale uitdagingen
“De grootste uitdagingen op korte termijn zijn verschillend voor verschillende delen van de wereld. Elk land heeft verschillende problemen. In Europa gaat het om afval, plastics en duurzaamheid. Voor steden is de grootste uitdaging om een ​​voedselsysteem te hebben dat lokaal is, met voldoende voedsel voor de steden en dichtbij genoeg om logistiek eenvoudig te houden. Je kunt geen oplossingen creëren die over de hele wereld even geldig zijn. Terwijl het hier voor ons gaat over voeding, gezondheid en welzijn, ligt voor veel andere landen de focus nog steeds op basisvoedsel en overleven.”

“Maar alle keuzes en oplossingen hangen samen, dus je moet globaal denken. Mensen willen verrast worden door voedsel, en dit creëert hypes, zoals bij quinoa en teff. Maar met die praktijk nemen we het basis- of basisvoedsel weg in de landen waar de productie plaatsvindt. Het is ironisch dat vooral de gezondheidsbewuste mensen zich niet altijd bewust lijken te zijn dat ze soms dergelijke problemen in andere delen van de wereld veroorzaken.”

Laten we beginnen!
“Het grootste doel nu op de korte termijn, voor zowel WSFC als WFC,  is om activiteiten te starten en de beloftes in te lossen. En voor ons samen betekent dit dat we onze ervaringen zo goed mogelijk moeten delen, proberen gelijk op te trekken en onze communicatie open te houden. Ik kijk echt uit naar deze samenwerking!”

Vlnr Froukje Idema (programmamanager Food gemeente Ede), Cristina M Rosell lid Raad van Advies World Sustainable Urban Food Center in Valencia), Thomas Högman (EU adviseur regio Östergötland), Leon Meijer (wethouder gemeente Ede en voorzitter stuurgroep WFC) en Martin Tollén (lid bestuur regio Östergötland)

‘Ga voor Kleur Lab’: Nudging in supermarkt werkt

Uit onderzoek blijkt dat je iedere dag zo’n 200 voedselkeuzes maakt. Je beslist bijvoorbeeld wat je voor ontbijt wilt, welk eten je in je mandje stopt en of je nog een kopje koffie neemt. Het grootste deel van die keuzes gaat impulsief, automatisch en onbewust. Ze worden sterk beïnvloed door de voedselomgeving.

‘Ga voor Kleur Lab’ bij Dirk
Hoe sterk dat effect kan zijn werd aangetoond tijdens het ‘Ga voor Kleur Lab’. Een project gericht op het vergroten van de consumptie van groente en fruit, waarbij een supermarktfiliaal (Dirk) in Leidschenveen 6 weken lang werd omgetoverd tot een nudging-laboratorium.
Nudges zijn kleine duwtjes in de rug die het voor mensen makkelijker maken om bepaalde – in dit geval gezonde keuzes – te maken.

Het Nationaal Actieplan Groenten en Fruit (NAGF) wil – in het kader van het Nationaal Preventieakkoord – de Nederlandse consumptie van groente en fruit verhogen en startte eind 2018 een  experiment naar de potentie van nudges in de supermarkt. Hieruit blijkt dat consumenten met een paar simpele nudges zijn aan te sporen om meer groenten en fruit te kopen.

Voor het experiment werd het Dirk-filiaal in Leidschenveen gedurende zes weken omgetoverd tot ‘Ga Voor Kleur Lab’. Groenten en fruit kregen, door subtiele aanpassingen in de winkelomgeving, een prominentere plek. Voor het eerst in Nederland zijn in een supermarkt zoveel verschillende nudges tegelijk getest. Het ging om zeven variaties, waaronder toegangspoortjes, winkelwagen-inlays en een gezond aanbod bij de kassa. De veranderingen in de verkoopcijfers zijn vergeleken met een controlesupermarkt van Dirk zonder nudges.

Het lab werd ontwikkeld en uitgevoerd door Food Cabinet i.s.m. de Vrije Universiteit van Amsterdam en in opdracht van het Nationaal Actieplan Groenten en Fruit (NAGF).

Samen aan de slag
Na het succesvolle experiment roept het NAGF andere supermarkten op om ook aan de slag te gaan en nudging in te zetten om de groente-en fruitverkoop gedurende een langere periode te stimuleren.

Meedoen?
De komende periode wordt er gewerkt aan een vervolg op het Ga voor Kleur Lab waarbij nudging ook op andere locaties zal worden ingezet om Nederlanders te helpen gezonder te eten.

Interesse? Neem contact op met Sebastiaan Aalst via sebastiaan@foodcabinet.nl of Karin Bemelmans via bemelmans@nagf.nl