Albert Heijn gaat dynamisch afprijzen tegen voedselverspilling

Albert Heijn zet een nieuwe stap in het verminderen van voedselverspilling met de proef ‘dynamisch afprijzen’. Hierbij worden producten automatisch afgeprijsd op basis van de houdbaarheidsdatum: hoe korter de houdbaarheid, hoe hoger de korting. Een computersysteem houdt rekening met verschillende factoren die de verkoop van een product beïnvloeden om zo de beste korting te berekenen.

“Supermarkten gooien elke dag zestig miljoen kilo producten weg”, zegt Anita Scholte, hoofd Duurzaamheid van Albert Heijn. “Dat vinden we te veel.”

Producten die tegen de uiterste houdbaarheidsdatum lopen, prijst Albert Heijn al jaren af met de ‘35% weggooien is zonde korting-sticker’. Deze sticker wordt voor 10 uur ‘s ochtends op producten geplakt en zorgt ervoor dat ze de hele dag met korting verkocht worden.
De korting bij het dynamisch afprijzen loopt op tot zestig procent van de oorspronkelijke verkoopprijs, wat betekent dat je het product een dag voor het verstrijken van de houdbaarheidsdatum voor minder dan de helft kan meenemen. “Een mooie korting voor de klant – die het product hopelijk meeneemt – en wij hoeven aan het eind van de dag geen eten meer weg te gooien”, zegt Scholte.

Houdbaarheid bepaalt de afprijzing
Bij dynamisch afprijzen berekent een door Albert Heijn ontwikkeld systeem automatisch de beste korting om aan het einde van de dag geen onverkoopbare producten over te houden en zo voedselverspilling te verminderen. De software houdt rekening met onder andere locatie, bonusaanbiedingen, weersomstandigheden, historisch verkoopverloop en voorraad in de winkel. Bij de producten worden elektronische prijskaartjes geplaatst met daarop twee prijzen: de reguliere prijs en afprijzing bij een specifieke houdbaarheidsdatum.

Samen tegen verspilling
Voedselverspilling is een belangrijk thema in de duurzaamheidsstrategie waar Albert Heijn zich al jaren hard voor maakt. Voorbeelden zijn de samenwerking met de voedselbanken die in 2018 vier miljoen producten kregen, het afwasmiddel waarin sinaasappelschillen een tweede leven krijgen en de samenwerking met Instock, het restaurant dat kookt met gered voedsel. Met deze en andere initiatieven wil Albert Heijn in 2030 bijdragen aan de helft minder voedselverspilling in de hele voedselketen.

Albert Heijn is  al vanaf de start een van de partners van het World Food Center.

 

Nudging: gemakkelijk, goedkoop en effectief?

De World Food Center Experience wil mensen bewust maken van wat ze eten en hoe hun voedselkeuze van invloed is op henzelf en de wereld om hen heen. Bewustere keuzes moeten leiden tot betere keuzes. Maar om tot daadwerkelijke gedragsverandering te komen is bewustwording alleen niet voldoende. Wanneer we andere dingen aan ons hoofd hebben, is het nog niet zo simpel om nee te zeggen tegen dagelijkse verleidingen. Ook al weten we nog zo goed dat we beter andere keuzes zouden maken.

Effectiviteit van Nudging in real-life
Vandaar dat er op dit moment veel interesse bestaat in nudging: Het beïnvloeden van gedrag zonder dat er wilskracht voor nodig is. Maar hoe effectief is deze benadering? Werkt nudging ook op de lange termijn? Zijn de effecten wel groot genoeg om echt invloed te hebben op de gezondheid?

Tijdens het Jaarcongres Gezonde Innovatie, op 6 juni in het WFC, belicht Merije van Rookhuijzen (Wageningen University & Research) de mogelijkheden en beperkingen van nudging bij het veranderen en beoordelen van eetgedrag: “Het is fascinerend om te zien hoe keuzes van consumenten beïnvloed kunnen worden door ogenschijnlijk irrelevante aanpassingen.”

Wanneer werken nudges wel of niet?
De populariteit van nudging neemt de laatste jaren sterk toe. Sinds het gedragsboek ‘Nudge‘ in 2008 uitkwam, is het met name populair bij organisaties die consumenten willen verleiden tot ‘goed’ gedrag. Gedrag dat in het belang is van het individu en de maatschappij.

“Het bewustmaken van mensen beïnvloedt vanzelfsprekend het bewuste keuzeproces, maar veel van de aankoop- en consumptiebeslissingen rond ons dagelijks eten komen echter veel minder bewust tot stand. We maken zóveel keuzes per dag dat een groot deel daarvan onbewust gaat. Simpelweg omdat we niet de capaciteit hebben om álle keuzes bewust te maken.”

“Bij zo’n onbewuste keuze kun je dan beïnvloed worden door middel van een nudge. Bewustmaking en educatie kunnen dus aanvullend werken op nudging en vice versa, waarbij nudges ook weer zelf bewustwording kunnen creëren.”

“Nudging lijkt gemakkelijk, goedkoop en effectief. Maar daar kunnen vooralsnog veel vraagtekens bij gezet worden.”

“In ons onderzoek kijken we naar de effectiviteit van nudging in de praktijk, in real-life”, zegt Merije van Rookhuijzen. “In de standaard onderzoeken rond nudging is er al veel gekeken naar wat er gebeurt als je producten in een supermarkt op prominente plaatsen zet, zoals op ooghoogte. Onder gecontroleerde omstandigheden kun je dan zien of iets effect heeft. Maar alleen op dat moment. Ik wil ook weten of nudges op de lange termijn ook impact kunnen hebben. Blijven mensen bruinbrood eten, ook nadat de nudge vervallen is? En als de consument een andere supermarkt betreedt, zijn de eerder geconstateerde effecten er dan ook nog steeds?”

“We hebben een grote studie gedaan in twee voetbalkantines. In de eerste fase werden de gezonde producten alleen maar toegevoegd aan het assortiment. In de tweede fase werd er op allerlei manieren genudged. Zo konden we de gewenste producten op de bar neerzetten en presenteren, op ooghoogte positioneren of vooraan in de koelkasten. Ook boden we gezonde varianten standaard aan. Als iemand bijvoorbeeld een AA-sportdrank vroeg, gaven we automatisch de suikervrije variant.”

Meer onderzoek nodig
“Uit de verkoopcijfers bleek wel dat deze nudges iets hielpen, maar het bleef uiteindelijk marginaal. Het aanbod en de verkoop van ongezonde producten in de sportkantines bleef namelijk vele malen groter. Nudges alleen zijn niet voldoende. Je moet ook andere gedragsbeïnvloedingstechnieken inzetten en combineren. We moeten ook nog meer onderzoek doen naar de ‘houdbaarheid’ van de nudge. In de cijfers van onze kantine zagen we bijvoorbeeld eerst een toename, daarna een afname en later weer een toename in verkoop van de gezonde, ‘ge-nudgde’ producten.”

“Het succes van een nudge hangt ook af van de sterkte van andere factoren die eveneens onbewust invloed hebben op je gedrag”, zegt Merije. “Dus als je heel erg zin hebt in een vette hap, dan zal het op ooghoogte plaatsen van een appel niet helpen. Als je alleen maar eten wil dan zal ooghoogte misschien wel je keuze beïnvloeden. Kennis en bewustzijn zijn dan niet genoeg, net zomin als foodlabels.”

“Nudgen zorgt voor kleine stappen, en kan versterkt worden in combinatie met andere elementen uit de gedragspsychologie. Er is zeker ook meer onderzoek nodig, we weten bijvoorbeeld ook nog steeds niet hoe de nudges het bewuste en onafhankelijke vermogen van de consument om zelf te kiezen ondermijnt. Als een consument steeds gewend is dat het voor hem beste product op ooghoogte staat, kan het ook zijn dat hij vervolgens niet meer nadenkt en altijd die producten op ooghoogte pakt.”

Merije van Rookhuijzen is PhD-kandidaat bij de leerstoelgroep Consumption and Healthy Lifestyles aan Wageningen University & Research.  Merije studeerde psychologie aan de Radboud Universiteit en gezondheid & maatschappij aan de Wageningen Universiteit.

Kijk hier voor meer informatie over het programma en aanmelden.

 

JAARCONGRES GEZONDE INNOVATIE, 6 JUNI 2019,
WFC EDE, 10.00 – 18.00 UUR

Het congres behandelt aan de hand van drie hoofdthema’s de problematiek rondom suiker: het product zelf, de voedselomgeving waarin het wordt aangeboden en de leefstijl van consumenten.

Het product: nieuwe suikers of minder suikers?
Hier ligt de uitdaging: hoe haal je suiker uit koekjes, frisdranken en sauzen? Zijn kunstmatige zoetstoffen wel zo ongevaarlijk? Is herformulering wel afdoende mogelijk? Suikerreductie is leuk en aardig, maar bedrijven willen wel een lekker product blijven verkopen.

De voedselomgeving: het ontsuikeren van het aanbod
Overal word je verleid door zoet, maar ook door vet en zout, eten. De supermarkt ligt er vol mee en het kost minder dan gezonde voeding.  Helpt het als er ook snacks met minder suiker worden aangeboden?

De leefstijl: je leven inrichten met weinig suiker
Leefstijlverandering is het toverwoord. Iedereen moet minder suiker eten en drinken. Dat is nog helemaal niet zo eenvoudig in een huishouden met kinderen. Het begint met het alert worden op suiker. Waar zit wat in? En is alle suiker hetzelfde?

 

 

Rabobank tekent samenwerkings-overeenkomst met World Food Center Experience

Nu de World Food Center Experience in de volgende fase van ontwikkeling en realisatie zit, heeft de Rabobank besloten de bestaande samenwerking voor meerdere jaren vast te leggen. De Rabobank heeft hiervoor een samenwerkingsovereenkomst gesloten met World Food Center Development, verantwoordelijk voor de ontwikkeling en realisatie van het gehele World Food Center-gebied.

 Het World Food Center (WFC) in Ede wordt dé food-ontmoetingsplek voor consumenten, bedrijven, kennisinstellingen en overheden. Op het voormalig kazerneterrein Maurits zuid ontstaat een levendig gebied waar wonen, werken en recreëren hand in hand gaan. In de World Food Center Experience kunnen bezoekers spelenderwijs van alles leren en ervaren over voedsel. Het World Food Center wil met deze publieksattractie het publiek nadrukkelijk bewuster maken van vraagstukken die te maken hebben met voedsel. Hoe kunnen zij bijdragen aan een gezondere en duurzamere toekomst? Niet alleen voor henzelf maar ook voor hun omgeving. Daarnaast is het WFC een innovatiedistrict voor food en agro, een plek waar ontwikkeling en uitwisseling van kennis tussen bedrijven, kennisinstellingen en consumenten wordt gestimuleerd.

Voor realisatie van de WFC Experience is deelname in de vorm van kennis en middelen vanuit het bedrijfsleven essentieel. Vanaf de start wordt samengewerkt met Albert Heijn, DSM, FrieslandCampina, KeyGene, Nestlé, Scelta Mushrooms en Rabobank. Nu de ontwikkeling van de WFC Experience een nieuwe fase ingaat, wordt ook de samenwerking met de deelnemende bedrijven verder uitgebreid.

Unieke plek
“De World Food Center Experience wordt een unieke plek waar je alles te weten kan komen over ons voedsel. Wat eet je nu precies elke dag? Waarom smaakt voedsel zoals het smaakt en ziet het eruit zoals het eruit ziet? Waarom vind je het ene wel lekker en het andere niet? En welke uitdagingen spelen er allemaal rondom de productie van jouw eten? Het is geweldig om nu zo’n inspirerende educatieve publieksattractie in Ede te kunnen realiseren’, zegt Mariska de Kleijne, Directievoorzitter Rabobank Vallei en Rijn.

“Rabobank onderschrijft het belang en de intentie van het World Food Center’, zegt Kirsten Konst, binnen de Groepsdirectie van Rabobank verantwoordelijk voor het zakelijke domein. “De bank spant zich in om met partners en klanten samen positieve, maatschappelijke impact te realiseren in de wereldwijde voedselvoorziening. De samenwerkingsovereenkomst met World Food Center Development is de bevestiging van een duurzaam partnership voor de periode van ontwikkeling en realisatie, als ook voor de eerste vier jaar van de exploitatie.’

 Vervolgstappen
De volgende stap in de realisatie van de WFC Experience is de oprichting van een stichting die verantwoordelijk wordt voor de ontwikkeling en de realisatie van de inhoud en het gebouw van de nieuwe attractie. Daarvoor is Marcel Goossens begin april benoemd als kwartiermaker/directeur.

(op de foto v.l.n.r. Mariska de Kleijne, Kirsten Konst, en Jan Prins)

“Nu eerst een onafhankelijke stichting opzetten”

Toen eind maart de budgetten vanuit de provincie Gelderland en de gemeente Ede definitief werden bevestigd, begon er een nieuw hoofdstuk voor de World Food Center Experience. Om een sterke Experience te kunnen neerzetten, moet er eerst nog iets anders worden gebouwd: een sterke organisatie.  Deze nieuwe organisatie voor de World Food Center Experience krijgt de vorm van een onafhankelijke stichting en Marcel Goossens is vanaf 1 april aangetrokken als Directeur/Kwartiermaker om de nieuwe organisatie op te zetten. Marcel komt van Projectorganisatie P2 en is gespecialiseerd in complexe, food-gerelateerde projecten.

Wat doet een Kwartiermaker?

“De realisatie van een project als het World Food Center kent altijd verschillende fases. In de eerste verkennende en inventariserende fases gaat het vooral om voorbereiden, aftasten en draagvlak creëren, zowel in de vorm van een partnernetwerk als op het gebied van financiering.  Daar is intensief aan gewerkt door een team vanuit het WFCD, gemeente Ede en de provincie Gelderland. Nu deze fase is afgesloten moet een nieuwe organisatie worden gebouwd die zich focust op de World Food Center Experience. Daarvan ben ik nu de Kwartiermaker, degene die de eerste stappen moet zetten om deze organisatie te realiseren.”

“Dat begint met de oprichting van de onafhankelijke stichting. Heel belangrijk omdat we werken met veel publieke gelden. Hiervoor moeten statuten worden opgesteld en een notarieel vastgelegde juridische structuur. Tegelijkertijd hebben we profielschetsen opgesteld voor de bestuursleden van de stichting en zijn we deze actief aan het zoeken.  Vervolgens moet je nadenken over welke mensen er straks nog meer in de organisatie nodig zijn en welke ruimtes en middelen je nodig hebt. Tenslotte speelt op de achtergrond ook nog de regio deal met het Rijk waarover deze zomer meer duidelijkheid komt, en waar we ook actief aan meewerken. Na de zomer werken we dan verder aan de conceptontwikkeling en het aansluiten van zowel een architect als een exploitant. Allemaal zaken waar een kwartiermaker zich mee bezig houdt. Deze stappen vergen veel precisie en gaan gepaard met zorgvuldige aanbestedingstrajecten omdat er zoveel gemeenschapsgeld mee gemoeid is.”

“Terwijl we ons nieuwe huis op orde brengen moeten we ook blijven zorgen dat het netwerk dat al rondom WFC gebouwd is – met de diverse agrifoodbedrijven, de WUR, de NGO’s en de onderwijsinstellingen – helemaal op orde blijft”

Lijntjes komen samen

“De reden dat ik zo enthousiast ben om dit voor de WFC Experience te kunnen doen is dat er hier een aantal lijntjes voor mij samenkomen. Ik werk bij P2 al 18 jaar aan steeds wisselende projecten. Dat betekent steeds opnieuw een nieuwe organisatie inrichten, soms als een intern projectteam maar vaker als een volledig zelfstandige organisatie, zoals hier bij de WFC Experience het geval is.”

“Mijn tweede lijntje is dat ik – na mijn afstuderen in Wageningen – al mijn hele carrière in food werkzaam ben geweest. Vaak in complexe projecten bij zowel bedrijven als overheidsorganisaties.”

“Het derde lijntje is die van de experiences. Ik heb gewerkt aan de Experience van Tony Chocolonely en was verantwoordelijk voor de realisatie van de huidige Heineken Experience. Ik heb bij die laatste ook nauw samengewerkt met BRC, het bedrijf dat ook hier het masterplan voor de WFC Experience heeft neergelegd.”

Food is hot!

“Ik denk dat er veel behoefte is aan WFC Experience en wat het gaat bieden. Al toen ik nog in Wageningen studeerde verbaasde ik me erover dat er maar zo weinig mensen wisten hoe belangrijk, groot en innovatief de foodsector in Nederland is. Met de WUR hebben we ook de absolute wereldtop op het gebied van kennis en onderwijs in huis. De laatste jaren is de belangstelling voor food explosief toegenomen. We hebben nu 24-uurs kookzenders op TV en vrijwel altijd een boeken top-tien met enkele kookboeken erin. Food is hot. En daarmee ook de discussie erover, want er zijn veel meningen en weinig absolute waarheden, zo lijkt het. De WFC Experience is een ideaal platform om een genuanceerd en van meerdere kanten belicht food-verhaal te vertellen.”

“Er gebeurt al heel veel rond food, maar je kunt als WFC Experience zeker iets toevoegen, door op een nieuwe en spectaculaire manier mensen echt iets te laten beleven en daarmee bewustwording te creëren. Door juist ook de NGO’s aan het woord te laten en mogelijke discussiepunten van meerdere kanten te belichten creëer je duidelijke meerwaarde. Nu vinden dit soort debatten vaak in Amsterdam plaats, maar er is geen enkele reden waarom dat hier niet kan.”

De Experience zichtbaar maken

“Sinds de eerste voorzichtige stappen in de planvorming rond het World Food Center in 2011 is er al heel veel gedegen werk verricht. Ik kan dus uitstekend verder bouwen op alles wat er al ligt. Mijn uitgangsbasis bestaat uit 4 bouwstenen: het Masterplan, de Business Case, de doorrekening van bezoekersaantallen door LDP en de Nota van Uitgangspunten. Daarmee kunnen we prima verder.”

“Ik zou nu graag de verdere concretisering van het masterplan ook zo snel mogelijk willen oppakken, omdat ik uit ervaring weet dat hoe concreter je de zaken maakt, hoe meer discussie je krijgt.  Met artist impressions kun je veel vertellen maar pas als je de bouw start wordt het mensen echt duidelijk wat er wel of niet komt en hoe zichtbaar bepaalde zaken zijn. Dat was bij de Heineken Experience niet anders. Op hoofdlijnen is iedereen het eens, maar zodra het in de praktijk gerealiseerd wordt begint de discussie pas. En dan moet je daar als organisatie op zijn voorbereid en ingericht. Ik verwacht na de zomer een heel eind te zijn!”