Gezond eten blijft centraal staan in Ede

Na zes weken zomerreces is vorige week het normale leven weer begonnen. Je merkt het in het verkeer, in het gemeentehuis dat weer volstroomt met collega’s en aan de stroom kinderen die na een lange zomervakantie weer naar school gaan. De vakantie is voorbij.

Bij dat dat normale leven hoort vaak, naast werken of naar school, weer bijtijds naar bed, ook weer wat gezonder leven. In de vakanties gunnen we onszelf net iets vaker een ijsje, een frietje of een pizza. We gaan wat vaker voor een makkelijke maaltijd, logisch; het is per slot van rekening vakantie. Maar deze maaltijden zijn vaak iets ongezonder. Meer vet, meer suiker en meer zout. Ook het sporten schiet er deze weken vaak bij in. Maar nu de vakantie voorbij is letten we weer op. Er komt meer groente en fruit op tafel en je ziet weer meer hardlopers en mountainbikers in het bos. Het wijntje verdwijnt weer naar het weekend.

Gezond en duurzaam

Maar wat is dat nou precies, gezond leven? Aardappels, vlees en groente? Zijn aardappels eigenlijk wel gezond of zitten er veel koolhydraten in? Is het beste ontbijt een boterham met appelstroop of yoghurt met granola en fruit?

In Ede proberen wij onze inwoners op verschillende manieren meer te leren over gezond en duurzaam eten. Zo heeft bijna elke school een moestuin op school en leren leerlingen over voedsel. Ook doen er in Ede een aantal restaurants mee met het project Restaurants van Morgen, waar het personeel leert over een duurzame manier van gerechten maken en hoe je zo min mogelijk voedsel verspilt.

Het World Food Center wordt een plek waar dit straks allemaal samenkomt, een plek waar kinderen, ouders en grootouders op een leuke en leerzame manier leren over de wereld van voedsel. Voedsel is een belangrijk thema voor Ede.

Zoals we ons bezig houden met onder meer verkeer, natuur, duurzaamheid, gezondheidszorg en nog veel meer, doen we dat ook met voedsel. Op die manier werken we samen aan meer kennis over duurzaam en gezond voedsel, aan minder voedselverspilling en welke keuzes we hierin moeten maken.

@LeonMeijer_

Wethouder Leon Meijer over de rol van voedsel in Ede. 
Verscheen eerder in Ede Stad.nl

Fototentoonstelling ‘Wat eten we?’

Verschillende activiteiten door heel Nederland markeren de start van Dutch Food Week op 5 oktober. Voor het grote publiek wordt afgetrapt met de opening van de tentoonstelling ‘Wat eten we?’ in samenwerking met de Fotograaf des Vaderlands, Jan Dirk van der Burg.

Hij reisde door het hele land om Nederlandse gezinnen rond etenstijd te portretteren. In samenwerking met Wageningen University & Research zijn de foto’s voorzien van interessante feiten.

De tentoonstelling is vanaf de kick-off op 5 oktober tot en met World Food Day op 16 oktober te zien op het World Food Center, buiten, rond de Mauritskazerne in Ede.

In 2018 werd Van der Burg benoemd tot Fotograaf des Vaderlands. Naast zijn carrière heeft hij, door zijn agrarische achtergrond, affiniteit met de thema’s van Dutch Food Week. “Ik ben mij erg bewust van het belang en de bijzonderheid van de herkomst van voedsel. Tijdens het samenstellen van de tentoonstelling groeide mijn belangstelling voor boeren en telers die innovatief met de vraagstukken van vandaag omgaan.”

“WFC Experience zet Foodvalley nog eens extra op de kaart.”

“De WFC Experience is een mooi project dat naast het bewustmaken van bezoekers ook een economische impuls geeft aan het gebied, in aanvulling op dat wat in Wageningen gebeurt. Met de WFC Experience zetten we alles wat hier in de Foodvalley gebeurt nog eens op de kaart.” Aan het woord is Peter Drenth, sinds een paar maanden als gedeputeerde van de provincie Gelderland betrokken bij het World Food Center en de WFC Experience. Wij vroegen hem om zijn mening over het World Food Center en de betrokkenheid van de provincie Gelderland.

WFC Experience beantwoordt aan behoefte

“Aandacht voor ons voedsel en waar het vandaan komt, is belangrijk. Net als ervoor zorgen dat er ook in de toekomst voldoende voedsel is. Daarvoor moet je kijken naar waar in de wereld voedselproductie mogelijk is. Wij zijn in Nederland gezegend met gezonde grond en een goed klimaat. Dat betekent dat we hier een bijdrage moeten leveren aan voedselproductie. Niet alleen voor ons zelf, maar ook voor anderen.”

“We willen met de WFC Experience mensen aan het denken zetten”, zo vervolgt Drenth. “Het hebben van voldoende voedsel is niet overal op de wereld normaal. Een brood of een pak melk komt niet zo uit de fabriek rollen. Wees je bewust van waar je voedsel vandaan komt en dat je er een eerlijke prijs voor moet betalen. Als we met elkaar willen dat landbouw op een andere, duurzame manier voedsel produceert, dan begint dat met wat wij als consumenten vragen. En dát is weer afhankelijk van wat we weten en voelen.”

“Voeding en landbouw zijn belangrijke sectoren voor de Gelderse economie. Het World Food Center bevestigt onze leidende positie.”

Sterke punten

Een van de sterke punten van de WFC Experience is dan ook dat het zich richt op consumenten en voeding. Drenth: “Het is nieuw en uniek. Het zet Gelderland als voedselregio op de kaart, nationaal en internationaal. Daarbij is het mooi dat er zoveel samenkomt: bedrijfsleven, overheid, onderwijs, onderzoek en de gewone consument. Het is voor het eerst dat we dit doen, dus het is altijd spannend hoe het er precies uit gaat zien.”

“Het World Food Center moet echt het visitekaartje zijn van onze kennis en kunde op het gebied van voedsel. Maar de grootste kans ligt bij het betrekken van consumenten bij het voedselvraagstuk. En daar hoort wat mij betreft ook de discussie over het klimaat bij.”

Voeding en landbouw belangrijk voor Gelderland

“Voeding en landbouw zijn belangrijke sectoren voor de Gelderse economie. Daarbij hebben we met Wageningen University & Research een kennisinstelling van wereldklasse in huis. We willen zorgen dat deze regio wereldwijd voorop blijft lopen.”

“Gelderland is vanaf het allereerste begin betrokken geweest bij de plannen voor het World Foopd Center. Met het onderbrengen van de Experience in een onafhankelijke stichting zal de provincie iets meer op afstand komen te staan. Daar is bewust voor gekozen. Het is niet aan ons als provincie om een Experience neer te zetten en te exploiteren. Maar vanwege het belang dat wij hechten aan de Experience hebben we goed geborgd dat onze belangen ook bij de verdere ontwikkeling goed worden meegenomen. Zo zullen we zeker de komende drie jaar blijven meesturen, in goed overleg met de Stichting. Met afspraken die zijn vastgelegd in bijvoorbeeld de subsidievoorwaarden en de statuten van de Stichting. Daarnaast hebben wij vertrouwen in de Raad van Advies, die ons net als in voorgaande fases gevraagd en ongevraagd adviseert. De Raad van Advies is de hoeder van het gedachtegoed waar we ons als provincie aan hebben verbonden.”

 

 

‘Consumentengedrag verander je niet met informatie alleen’

Als sociaal psycholoog en senior onderzoeker bij Wageningen Economic Research, is Marleen Onwezen dagelijks bezig met de vraag waarom consumenten al dan niet duurzame en gezonde keuzes maken en hoe we deze keuzes kunnen beïnvloeden en sturen. Welke rol speelt kennis ten opzichte van emotie? En hoe belangrijk zijn sociale normen, persoonlijke waarden en gewoontes?

De World Food Center Experience heeft expliciet tot doel mensen bewuster te maken van hoe ons voedsel wordt geproduceerd en hoe bepaalde voedingskeuzes specifiek uitwerken op onze omgeving of onze eigen gezondheid. Hoe ziet Marleen Onwezen de mogelijkheden van de WFC Experience als het gaat om gedragsverandering bij de consument?

Marleen Onwezen

Geweldige kans voor consumentenonderzoek
“Ik denk dat de plannen voor de World Food Center Experience, zoals ik ze nu ken, zeker potentie hebben. Zowel voor het bewustmaken van bepaalde groepen consumenten als ook voor het gericht uitvoeren van consumentenonderzoek. Er is een trend gaande om de burger steeds vaker te betrekken bij de ontwikkeling van producten of van beleid. Dat helpt bij de acceptatie ervan. Bij onderzoek lopen we hierop nog iets achter. Maar ook hier zien we een trend in de richting van citizen science, co-creatie en participatie. Door een nauwe interactie te hebben met verschillende groepen consumenten kun je op een efficiëntere manier onderzoek doen en manieren vinden om input van verschillende groepen consumenten mee te nemen in onderzoek. Het kan ook de betrokkenheid van de consument vergroten en helpen om het draagvlak van de wetenschap te vergroten.”

“Tegelijkertijd moet je bij zulk onderzoek wel blijven kijken hoe representatief de uitkomsten zijn en of je niet door het onderzoek zelf het gedrag al mede-beïnvloedt.”

Consument beslist meer op gevoel en emotie dan op argumenten
“Het keuzegedrag van de consument ten aanzien van voeding is redelijk complex. Enerzijds spelen er rationele overwegingen waarbij cognitieve factoren een rol spelen (wat zijn de ingrediënten in dit product en wat kost het?) en anderzijds zijn er de emotionele en sociale componenten. Eten is in veel opzichten een sociale activiteit en emotie speelt een grote rol. Je kunt dus wel uitleggen waarom bepaald gedrag beter aangepast zou moeten worden, maar inspelen op de emotie en mensen echt laten ervaren wat verschillen in gedrag betekenen, werkt dan veel beter.”

Het nieuwe normaal
“Mensen zijn gewoontedieren die zich heel graag confirmeren aan eerder gedrag, maar ook aan wat sociaal wenselijk of acceptabel is. Neem bijvoorbeeld de eiwittransitie. Het is rationeel algemeen erkend dat minder vlees eten meerdere grote voordelen biedt. Voor gezondheid net zo goed als voor dierenwelzijn en duurzaamheid. En er komen steeds meer goede vleesvervangers beschikbaar.

Toch gaat de overschakeling van de consument nog heel langzaam. De early adopters zijn inmiddels om, maar zolang dagelijks vlees eten nog steeds de norm is voor heel veel mensen, zal de omschakeling niet snel plaatsvinden. Pas als veel meer mensen vleesconsumptie minderen, en het steeds minder ‘normaal’ wordt, zult je zien dat het sneller gaat. En de eerste acceptabele vleesvervangers zijn voor veel mensen dan ook de producten die het meest op vlees lijken, zoals vleesvervangers die enorm of vlees lijken of in potentie kweekvlees. Zo kunnen consumenten het makkelijkst overschakelen. De beleving die bezoekers in de WFC Experience ervaren heeft dus het grootste effect als het goed aansluit bij de al aanwezige perceptie van de bezoekers.”

Wie zijn die bezoekers?
“Hoe je dit doet is ook afhankelijk van de mensen die er komen. Zijn de bezoekers als het ware al voorgeprogrammeerd op de wil om te veranderen? Of is het echt een doorsnee van de bevolking? Omdat de Experience expliciet toegankelijk wil zijn voor het brede publiek vraagt dit ook om een diversiteit in boodschappen en belevingen.”

“Voor ons als onderzoekers is dat natuurlijk juist heel interessant. Dit biedt enorme kansen om ook met een minder innovatieve en progressieve groep in gesprek te gaan. Om met de juiste tools de juiste boodschap te bieden om de klik te maken. Vermaak en emoties om toch het brede verhaal te laten landen. Juist om die groep te pakken die zich daar niet uit zichzelf voor zou openstellen. Dit is een kwestie van finetunen om tot een zo goed mogelijk informatie en belevingsplan te komen, waarbij je moet blijven observeren en meten om te achterhalen wat nu de effectieve triggers zijn.”

Onderzoekers betrekken bij ontwerp Experience
“Het is goed dat er ook in de eerste fase al wetenschappers bij de opzet en inrichting van de Experience betrokken zijn. Zo kun je enerzijds gebruik maken van de al bestaande kennis over informatieoverdracht en gedragsverandering, en tegelijkertijd een omgeving neerzetten waarin weer extra onderzoek mogelijk is zodat die technieken weer verder aangescherpt kunnen worden. Noodzakelijk zijn bijvoorbeeld innovatieve manieren van informatieoverdracht en beeldvorming, en veel ruimte voor random uittesten. Idealiter moet je daarbij ook individuele respondenten kunnen tracken zodat je ze kunt indelen in specifieke groepen. Met virtuele werelden voor verschillende groepen, die dan verschillende dingen te zien krijgen en verschillende ervaringen opdoen. De indelingen en opstellingen moeten daarbij zodanig flexibel zijn dat je ook voortdurend kunt bijstellen en aanpassen.”

Grote kans voor consumentenonderzoek
“De grote groep mensen die elke dag in de Experience gaat komen biedt natuurlijk een enorme kans voor gericht consumentengedragsonderzoek.  Het spanningsveld tussen enerzijds betrouwbaar valide onderzoek willen doen en anderzijds bezoekers ook echt willen meenemen en erbij willen betrekken, is ook heel interessant. Hoe ga je daarmee om? En hoe ga je om met representativiteit?

Veel vragen derhalve nog voor de onderzoekers, maar de WFC Experience biedt in eerste opzet in elk geval grote mogelijkheden voor zowel het bewustmaken van consumenten als ook voor het op een intensieve en innovatieve manier onderzoek doen met medewerking van diezelfde consumenten. Het is goed dat we daar als WUR vanaf het begin al bij betrokken zijn, om zo met elkaar de potentie van de WFC Experience te benutten.”