CEMAS Valencia en World Food Center Ede: gemeenschappelijke doelen

In oktober 2016 hebben de stad Valencia en de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties (FAO) in Rome een overeenkomst getekend. Hierin werden verschillende vormen van samenwerking afgesproken, gericht op het verbeteren van duurzame stedelijke voedselsystemen. Het World Sustainable Food Centre (WSFC, of CEMAS in het Spaans) is een van de belangrijkste resultaten van deze overeenkomst.

De WSFC wil activiteiten met betrekking tot duurzame voedselbescherming promoten, beheren en coördineren. Het inventariseert de vele initiatieven, in steden over de hele wereld, die gericht zijn op het opzetten van duurzame lokale voedselsystemen. Daarnaast is een fysieke locatie geopend van waaruit de kennis wordt gedeeld en wordt samengewerkt aan alle kwesties met betrekking tot voedsel, voeding, de strijd tegen honger, klimaatverandering en duurzame lokale voedselsystemen.

Vorige week was prof. Dr. Cristina M. Rosell in Nederland. Rosell is hoogleraar aan het Spaanse instituut voor agrochemie en voedseltechnologie (IATA-CSIC) en lid van de advisory board van WSFC Valencia. Ze ontmoette hier haar collega’s van de gemeente Ede en van de Zweedse regio Östergötland. Ze nam ook deel aan de Wereldvoedseldag in het World Food Center.

We zijn net begonnen

“WSFC in Valencia is pas in juli van dit jaar officieel geopend en bevindt zich dus nog in de beginfase. En dat is slechts een van de vele dingen die we gemeen hebben met het World Food Center in Ede”, begint Cristina M. Rosell.

Geweldig initiatief
“Het World Food Center is een geweldig initiatief en er zijn zeker veel mogelijkheden om samen te werken met WSFC Valencia. We delen gemeenschappelijke doelen, in lijn met de belangrijkste strategieën van de FAO, met betrekking tot de strijd tegen honger, duurzame stedelijke voedselsystemen, klimaatverandering, voeding en voedselverspilling.”

“Daarom zijn we nu op zoek naar informatie-uitwisseling en bundeling van onze krachten omdat door het delen van kennis, de gewenste en vereiste veranderingen en transformaties sneller kunnen verlopen. We staan ​​open voor elk initiatief rond voedsel, voedselbeheer en voedselsystemen. En willen helpen om deze zichtbaar te maken voor de wereld, zodat anderen kunnen voortbouwen op die ervaringen.”

Deze initiatieven kosten tijd
“De WSFC begon met twee personen die een gemeenschappelijke zorg deelden over de voedselsystemen en voedselkwesties in de wereld. Dit waren de voormalige directeur van de FAO en de burgemeester van de stad Valencia. Ze besloten gezamenlijk dat er iets moest worden gedaan en zagen dat steden steeds belangrijker werden bij de uitvoering van FAO-beleid en het realiseren van initiatieven. Steden brengen het beleid bij de burgers.”

“Ze hebben de overeenkomst al in 2016 ondertekend en vanaf dat moment werken ze samen. Het laat wel zien dat deze dingen veel tijd kosten, van idee tot realisatie. Juridisch zijn er zoveel dingen om op te zetten, en hoewel we nu een eigen locatie hebben voor vergaderingen en presentaties, is er nog erg veel te doen.”

Lokale initiatieven met ​​wereldwijde impact
“WSFC is een instelling onder leiding van de gemeenteraad van Valencia en de FAO, maar andere lokale autoriteiten en instellingen moeten actief worden meegenomen om het CEMAS tot een succes te maken en wereldwijde activiteit te kunnen bevorderen. Het moet dé referentie worden voor duurzaam voedsel in steden. Vanuit een mondiaal perspectief is het WSFC-doel om kennis te vergaren en wereldwijd alle initiatieven in kaart te brengen als het gaat om het creëren van duurzame voedselsystemen. Laat je inspireren door ideeën uit verschillende delen van de wereld en help door deze ideeën en projecten uit te wisselen.”

“WSFC is nog steeds een overheidsorganisatie, maar – net als WFC Experience – onderzoeken we de mogelijkheden om een ​​andere juridische entiteit te creëren waarmee we onafhankelijker kunnen werken”, voegt Cristina Rosell toe. “Ik geloof dat in organisaties zoals de onze, die werken voor burgers en gemeenten, de overheid een belangrijke rol heeft. Het moet echter niet de enige partij zijn. Het initiatief is misschien lokaal, maar de impact en reikwijdte zijn internationaal, dus organisaties zoals WSFC en WFC zouden onafhankelijk van overheden moeten zijn en ook de initiatieven en ideeën uit de private sector moeten meenemen.”

“Net als het World Food Center hebben we een adviescommissie die bestaat uit experts uit verschillende gebieden. Deze commissie breidt zich nog steeds uit. We wilden dat deze Advisory Committee neutraal zou zijn omdat de WSFC niet over commercie gaat. Het gaat om sociale betrokkenheid.”

 Samenwerking Ede en WSFC
“Mijn bezoek hier was echt nuttig. Ik ben onder de indruk omdat ik niet veel wist over het WFC noch over Ede. Ik wist niet wat ik hier zou vinden, maar ik was aangenaam verrast! Het World Food Center is echt een goed idee en ik weet zeker dat we onze krachten kunnen bundelen om te werken aan de verbetering van zowel lokale als internationale voedselsystemen. We bespreken nu hoe de samenwerking tastbaarder kan worden gemaakt.”

Hoe beginnen we?
“Voor mij zal het succes van die initiatieven komen als we globaal denken maar lokaal handelen. Lokaal moeten de burgers erin geloven en enthousiast zijn over deze initiatieven. Ze moeten denken dat deze initiatieven de steun waard zijn van hun lokale en regionale overheden en andere belanghebbenden. We moeten ze daarom gezamenlijk overtuigen met specifieke acties en duidelijke resultaten ”, vervolgt Cristina Rosell. “We kunnen beginnen met het delen van ervaringen en het uitwisselen van ideeën over hoe we de burgers van onze steden beter kunnen betrekken. ”

Lokaal eten, lokale initiatieven
“Een uitgangspunt kan lokaal eten zijn. Hoe voegen we waarde toe aan lokale producten via lokale markten? Wat is de ervaring van de twee steden om lokaal voedsel aantrekkelijker te maken voor de lokale markt? Hoe kunnen we lokale markten levendiger maken? Deze markten moeten meer zijn dan verkooppunten, ze moeten ontmoetingspunten zijn. Om er ontmoetingspunten van te maken, heb je concepten nodig die mensen aantrekken. De ervaring van voedsel kopen op een markt is meer dan alleen het aankoopproces en het product. We moeten de lokale voedselmarkten aantrekkelijker maken, meer ervaringen bieden. Ik denk dat Ede en Valencia hun kennis op deze gebieden kunnen delen om te zien wat we van elkaar kunnen leren. ”

“Het geldt voor elke consument: als je elke dag iets ziet, hecht je er niet altijd de juiste waarde meer aan. Het is dan te ‘gewoon’ geworden. Mensen lijken daarom vaak aangetrokken tot nieuwe en afwijkende producten die van de andere kant van de wereld komen. Waarschijnlijk omdat ze spannender lijken. Dus hoe kunnen we de lokale goederen ook spannender maken? We moeten veranderingen aanbrengen in smaak, kleuren en de bereiding van het voedsel, dan zullen mensen de nieuwe toegevoegde waarde van het product waarderen. We moeten innovatie integreren in lokaal voedsel. ”

Experience Center heeft een groot potentieel
“CEMAS is geen belevingscentrum. Het gaat om kennisuitwisseling en communicatie. In tegenstelling tot het WFC is het geen attractie of permanente tentoonstelling. In de WFC Experience richten jullie je je op kinderen. Dit is logisch omdat ze het potentieel hebben voor de lange termijn, voor toekomstige generaties. Maar je moet dit ook in evenwicht brengen met korte termijn successen en dingen met korte termijn impact. Mensen willen snelle resultaten zien, om de initiatieven op de lange termijn te ondersteunen ”

Internationale uitdagingen
“De grootste uitdagingen op korte termijn zijn verschillend voor verschillende delen van de wereld. Elk land heeft verschillende problemen. In Europa gaat het om afval, plastics en duurzaamheid. Voor steden is de grootste uitdaging om een ​​voedselsysteem te hebben dat lokaal is, met voldoende voedsel voor de steden en dichtbij genoeg om logistiek eenvoudig te houden. Je kunt geen oplossingen creëren die over de hele wereld even geldig zijn. Terwijl het hier voor ons gaat over voeding, gezondheid en welzijn, ligt voor veel andere landen de focus nog steeds op basisvoedsel en overleven.”

“Maar alle keuzes en oplossingen hangen samen, dus je moet globaal denken. Mensen willen verrast worden door voedsel, en dit creëert hypes, zoals bij quinoa en teff. Maar met die praktijk nemen we het basis- of basisvoedsel weg in de landen waar de productie plaatsvindt. Het is ironisch dat vooral de gezondheidsbewuste mensen zich niet altijd bewust lijken te zijn dat ze soms dergelijke problemen in andere delen van de wereld veroorzaken.”

Laten we beginnen!
“Het grootste doel nu op de korte termijn, voor zowel WSFC als WFC,  is om activiteiten te starten en de beloftes in te lossen. En voor ons samen betekent dit dat we onze ervaringen zo goed mogelijk moeten delen, proberen gelijk op te trekken en onze communicatie open te houden. Ik kijk echt uit naar deze samenwerking!”

Vlnr Froukje Idema (programmamanager Food gemeente Ede), Cristina M Rosell lid Raad van Advies World Sustainable Urban Food Center in Valencia), Thomas Högman (EU adviseur regio Östergötland), Leon Meijer (wethouder gemeente Ede en voorzitter stuurgroep WFC) en Martin Tollén (lid bestuur regio Östergötland)

‘Ga voor Kleur Lab’: Nudging in supermarkt werkt

Uit onderzoek blijkt dat je iedere dag zo’n 200 voedselkeuzes maakt. Je beslist bijvoorbeeld wat je voor ontbijt wilt, welk eten je in je mandje stopt en of je nog een kopje koffie neemt. Het grootste deel van die keuzes gaat impulsief, automatisch en onbewust. Ze worden sterk beïnvloed door de voedselomgeving.

‘Ga voor Kleur Lab’ bij Dirk
Hoe sterk dat effect kan zijn werd aangetoond tijdens het ‘Ga voor Kleur Lab’. Een project gericht op het vergroten van de consumptie van groente en fruit, waarbij een supermarktfiliaal (Dirk) in Leidschenveen 6 weken lang werd omgetoverd tot een nudging-laboratorium.
Nudges zijn kleine duwtjes in de rug die het voor mensen makkelijker maken om bepaalde – in dit geval gezonde keuzes – te maken.

Het Nationaal Actieplan Groenten en Fruit (NAGF) wil – in het kader van het Nationaal Preventieakkoord – de Nederlandse consumptie van groente en fruit verhogen en startte eind 2018 een  experiment naar de potentie van nudges in de supermarkt. Hieruit blijkt dat consumenten met een paar simpele nudges zijn aan te sporen om meer groenten en fruit te kopen.

Voor het experiment werd het Dirk-filiaal in Leidschenveen gedurende zes weken omgetoverd tot ‘Ga Voor Kleur Lab’. Groenten en fruit kregen, door subtiele aanpassingen in de winkelomgeving, een prominentere plek. Voor het eerst in Nederland zijn in een supermarkt zoveel verschillende nudges tegelijk getest. Het ging om zeven variaties, waaronder toegangspoortjes, winkelwagen-inlays en een gezond aanbod bij de kassa. De veranderingen in de verkoopcijfers zijn vergeleken met een controlesupermarkt van Dirk zonder nudges.

Het lab werd ontwikkeld en uitgevoerd door Food Cabinet i.s.m. de Vrije Universiteit van Amsterdam en in opdracht van het Nationaal Actieplan Groenten en Fruit (NAGF).

Samen aan de slag
Na het succesvolle experiment roept het NAGF andere supermarkten op om ook aan de slag te gaan en nudging in te zetten om de groente-en fruitverkoop gedurende een langere periode te stimuleren.

Meedoen?
De komende periode wordt er gewerkt aan een vervolg op het Ga voor Kleur Lab waarbij nudging ook op andere locaties zal worden ingezet om Nederlanders te helpen gezonder te eten.

Interesse? Neem contact op met Sebastiaan Aalst via sebastiaan@foodcabinet.nl of Karin Bemelmans via bemelmans@nagf.nl

World Food Prize in ontvangst genomen door Simon Groot

Als eerste Nederlander heeft Simon N. Groot (84) op 18 oktober in Iowa de World Food Prize in ontvangst mogen nemen. De prijs, die dit jaar voor de 34e keer werd uitgereikt, ging naar plantenveredelaar Groot vanwege zijn succesvolle inzet om miljoenen kleine boeren in meer dan 60 landen een beter economisch perspectief te bieden. Door de lokale kleinschalige teelt van groenten belangrijk te verbeteren bereikte hij met zijn bedrijf East-West Seed niet alleen een inkomensverhoging voor kleine boeren, maar zorgde hij er ook voor dat miljoenen consumenten konden profiteren van betere toegang tot groenten voor een gezondere voeding met meer nutriënten.

De toekenning van de Wereldvoedselprijs, ook wel de ‘Nobelprijs voor Voeding en Landbouw’ genoemd, werd op 10 juni al aangekondigd door de Amerikaanse minister van buitenlandse zaken, Mike Pompeo. Gisteravond werd de prijs, waaraan een geldbedrag verbonden is van 250.000 dollar, overhandigd aan Simon Groot tijdens het Norman E. Borlaug International Symposium (Burlaug Dialogue) in Des Moines, Iowa. Hier spreken 1200 deskundigen uit meer dan 65 landen met elkaar over de belangrijkste ontwikkelingen op het gebied van voedselveiligheid, -beschikbaarheid en voeding.

Via de Borlaug Dialogue helpt de World Food Prize Foundation allianties te creëren in de strijd tegen wereldhonger en ondervoeding.

Het thema voor dit jaar, “Pax Agricultura: Peace Through Agriculture”, gaat in op de steeds nauwer verbonden ontwikkelingen op het gebied van voedselzekerheid, conflict en ontwikkeling. Met onderwerpen variërend van religie, diplomatie en klimaat tot wetenschappelijke innovatie en ondernemerschap, biedt de Dialogue de gelegenheid om de balans op te maken van de huidige stand van zaken in de wereldwijde landbouw en voedselveiligheid.

Video van de uitreiking:

Prof. dr. Ir. Louise O. Fresco
Een van de gastsprekers tijdens dit symposium was Prof. dr. Ir.  Louise O. Fresco, voorzitter van de raad van bestuur van Wageningen University and Research. Zij sprak onder meer over het onderwerp “Getting to Zero Hunger: Research for Resiliency”. Over de toekenning van de prijs aan Simon Groot zegt zij: “Ik ben er trots op dat we met ons wetenschappelijk onderzoek ook hebben kunnen bijdragen aan het grote succes van de tropische groenteteelt. Samenwerking tussen alle partijen is de kracht van de Nederlandse aanpak. Nobelprijswinnaar Norman Borlaug zou de overtuiging van Simon Groot hebben gedeeld dat voedselzekerheid niet alleen gaat over calorieën, maar ook over nutriënten die in goede groenten zitten, zoals vitaminen en mineralen.”

Wereldvoedselprijs
De World Food Prize is de belangrijkste internationale onderscheiding voor die mensen die bijzondere prestaties hebben geleverd om de kwaliteit, hoeveelheid of beschikbaarheid van voedsel in de wereld te verbeteren. De prijs werd in 1986 opgericht door Dr. Norman E. Borlaug, ontvanger van de Nobelprijs voor de Vrede van 1970. Sindsdien heeft de Wereldvoedselprijs 49 uitmuntende personen geëerd die wereldwijd belangrijke bijdragen hebben geleverd. http://worldfoodprize.org

 

Nudging: gemakkelijk, goedkoop en effectief?

De World Food Center Experience wil mensen bewust maken van wat ze eten en hoe hun voedselkeuze van invloed is op henzelf en de wereld om hen heen. Bewustere keuzes moeten leiden tot betere keuzes. Maar om tot daadwerkelijke gedragsverandering te komen is bewustwording alleen niet voldoende. Wanneer we andere dingen aan ons hoofd hebben, is het nog niet zo simpel om nee te zeggen tegen dagelijkse verleidingen. Ook al weten we nog zo goed dat we beter andere keuzes zouden maken.

Effectiviteit van Nudging in real-life
Vandaar dat er op dit moment veel interesse bestaat in nudging: Het beïnvloeden van gedrag zonder dat er wilskracht voor nodig is. Maar hoe effectief is deze benadering? Werkt nudging ook op de lange termijn? Zijn de effecten wel groot genoeg om echt invloed te hebben op de gezondheid?

Tijdens het Jaarcongres Gezonde Innovatie, op 6 juni in het WFC, belicht Merije van Rookhuijzen (Wageningen University & Research) de mogelijkheden en beperkingen van nudging bij het veranderen en beoordelen van eetgedrag: “Het is fascinerend om te zien hoe keuzes van consumenten beïnvloed kunnen worden door ogenschijnlijk irrelevante aanpassingen.”

Wanneer werken nudges wel of niet?
De populariteit van nudging neemt de laatste jaren sterk toe. Sinds het gedragsboek ‘Nudge‘ in 2008 uitkwam, is het met name populair bij organisaties die consumenten willen verleiden tot ‘goed’ gedrag. Gedrag dat in het belang is van het individu en de maatschappij.

“Het bewustmaken van mensen beïnvloedt vanzelfsprekend het bewuste keuzeproces, maar veel van de aankoop- en consumptiebeslissingen rond ons dagelijks eten komen echter veel minder bewust tot stand. We maken zóveel keuzes per dag dat een groot deel daarvan onbewust gaat. Simpelweg omdat we niet de capaciteit hebben om álle keuzes bewust te maken.”

“Bij zo’n onbewuste keuze kun je dan beïnvloed worden door middel van een nudge. Bewustmaking en educatie kunnen dus aanvullend werken op nudging en vice versa, waarbij nudges ook weer zelf bewustwording kunnen creëren.”

“Nudging lijkt gemakkelijk, goedkoop en effectief. Maar daar kunnen vooralsnog veel vraagtekens bij gezet worden.”

“In ons onderzoek kijken we naar de effectiviteit van nudging in de praktijk, in real-life”, zegt Merije van Rookhuijzen. “In de standaard onderzoeken rond nudging is er al veel gekeken naar wat er gebeurt als je producten in een supermarkt op prominente plaatsen zet, zoals op ooghoogte. Onder gecontroleerde omstandigheden kun je dan zien of iets effect heeft. Maar alleen op dat moment. Ik wil ook weten of nudges op de lange termijn ook impact kunnen hebben. Blijven mensen bruinbrood eten, ook nadat de nudge vervallen is? En als de consument een andere supermarkt betreedt, zijn de eerder geconstateerde effecten er dan ook nog steeds?”

“We hebben een grote studie gedaan in twee voetbalkantines. In de eerste fase werden de gezonde producten alleen maar toegevoegd aan het assortiment. In de tweede fase werd er op allerlei manieren genudged. Zo konden we de gewenste producten op de bar neerzetten en presenteren, op ooghoogte positioneren of vooraan in de koelkasten. Ook boden we gezonde varianten standaard aan. Als iemand bijvoorbeeld een AA-sportdrank vroeg, gaven we automatisch de suikervrije variant.”

Meer onderzoek nodig
“Uit de verkoopcijfers bleek wel dat deze nudges iets hielpen, maar het bleef uiteindelijk marginaal. Het aanbod en de verkoop van ongezonde producten in de sportkantines bleef namelijk vele malen groter. Nudges alleen zijn niet voldoende. Je moet ook andere gedragsbeïnvloedingstechnieken inzetten en combineren. We moeten ook nog meer onderzoek doen naar de ‘houdbaarheid’ van de nudge. In de cijfers van onze kantine zagen we bijvoorbeeld eerst een toename, daarna een afname en later weer een toename in verkoop van de gezonde, ‘ge-nudgde’ producten.”

“Het succes van een nudge hangt ook af van de sterkte van andere factoren die eveneens onbewust invloed hebben op je gedrag”, zegt Merije. “Dus als je heel erg zin hebt in een vette hap, dan zal het op ooghoogte plaatsen van een appel niet helpen. Als je alleen maar eten wil dan zal ooghoogte misschien wel je keuze beïnvloeden. Kennis en bewustzijn zijn dan niet genoeg, net zomin als foodlabels.”

“Nudgen zorgt voor kleine stappen, en kan versterkt worden in combinatie met andere elementen uit de gedragspsychologie. Er is zeker ook meer onderzoek nodig, we weten bijvoorbeeld ook nog steeds niet hoe de nudges het bewuste en onafhankelijke vermogen van de consument om zelf te kiezen ondermijnt. Als een consument steeds gewend is dat het voor hem beste product op ooghoogte staat, kan het ook zijn dat hij vervolgens niet meer nadenkt en altijd die producten op ooghoogte pakt.”

Merije van Rookhuijzen is PhD-kandidaat bij de leerstoelgroep Consumption and Healthy Lifestyles aan Wageningen University & Research.  Merije studeerde psychologie aan de Radboud Universiteit en gezondheid & maatschappij aan de Wageningen Universiteit.

Kijk hier voor meer informatie over het programma en aanmelden.

 

JAARCONGRES GEZONDE INNOVATIE, 6 JUNI 2019,
WFC EDE, 10.00 – 18.00 UUR

Het congres behandelt aan de hand van drie hoofdthema’s de problematiek rondom suiker: het product zelf, de voedselomgeving waarin het wordt aangeboden en de leefstijl van consumenten.

Het product: nieuwe suikers of minder suikers?
Hier ligt de uitdaging: hoe haal je suiker uit koekjes, frisdranken en sauzen? Zijn kunstmatige zoetstoffen wel zo ongevaarlijk? Is herformulering wel afdoende mogelijk? Suikerreductie is leuk en aardig, maar bedrijven willen wel een lekker product blijven verkopen.

De voedselomgeving: het ontsuikeren van het aanbod
Overal word je verleid door zoet, maar ook door vet en zout, eten. De supermarkt ligt er vol mee en het kost minder dan gezonde voeding.  Helpt het als er ook snacks met minder suiker worden aangeboden?

De leefstijl: je leven inrichten met weinig suiker
Leefstijlverandering is het toverwoord. Iedereen moet minder suiker eten en drinken. Dat is nog helemaal niet zo eenvoudig in een huishouden met kinderen. Het begint met het alert worden op suiker. Waar zit wat in? En is alle suiker hetzelfde?