Nora gaat op voedselavontuur

Een voedselbelevenis in de World Food Center Experience

‘Kijk, dat is leuk!’ Nora wijst naar het schermpje van haar mobiele telefoon. ‘We kunnen er eten printen, van alles proeven en allerlei testjes doen. Super!’ Nora is 11 jaar en enthousiast. Haar ouders spaarden punten bij de supermarkt voor kaartjes voor de Experience van het World Food Center. Vandaag hebben zij en haar broertje Ben een studiedag, en dus vertrekken ze al vroeg met hun moeder Anna met de trein naar Ede.

Aangekomen op station Ede-Wageningen zoeken ze opa; ook hij gaat vandaag mee op pad. Hij las over de Experience in de krant en wilde graag mee met zijn kleinkinderen. Na even zoeken zien ze opa Jan staan bij een muur van groenten. Hij heeft daaruit een plattegrondje van de Experience geprint en is klaar voor wat komen gaat. Na een snelle knuffel stormen Nora en Ben naar de ingang. ‘Hè, zag je dat?’ Nora stoot Ben aan. ‘Die koe, die knipoogde naar me.’ Ben hoort haar nauwelijks want hij kijkt onderzoekend naar de enorme appel die op de lopende band naast hen voorbij komt. Hij dacht toch echt dat de appel ‘hoi’ zei?

Bij de ticketbalie laat Anna de tickets op haar telefoon zien, en iedereen krijgt een koord met daaraan een pasje om. ‘Deze heb je nodig, ik verklap niet waarvoor allemaal’, zegt de vriendelijke meneer bij de balie, ‘maar in ieder geval voor het eten na afloop van je bezoek.’ Hij kijkt Nora en Ben aan en zegt: ‘Veel plezier op jullie voedselavontuur.’

Nora, Ben, Anna en opa Jan lopen een enorme ruimte binnen. Opa’s oog wordt getrokken door een grote foto waarop – bij nadere bestudering – gekweekt vlees blijkt te staan. Hij kijkt ernaar en luistert even mee met wat een Engelstalige gids aan een groep van – op het oog – zakenmensen vertelt over de nieuwste ontwikkelingen rond kweekvlees bij de Wageningen Universiteit. Dan moet opa snel verder, want Nora en Ben zijn inmiddels de ruimte over het menselijk lichaam binnengegaan.

‘Opa, kijk!’ Nora springt fanatiek op een neer op een apparaat en vertelt hijgend: ‘Zo weet ik straks wat ik het beste kan eten voor een voetbalwedstrijd.’ Anna staat er lachend naar te kijken. Zij voert intussen allerlei gegevens in om een persoonlijk voedingsadvies te krijgen. Ben staat voor een groot scherm en sleept daarop plaatjes met voedsel in een door hem bedachte volgorde op een balk die de hoeveelheid grondverbruik per product aangeeft. Ook hij roept om opa Jans aandacht en wijst naar een groepje kinderen dat bij elkaar rond een werkbank staat. ‘Ik proefde daar net iets heel bitters.’ Ben kijkt er nog wat moeilijk bij. ‘Maar wist je dat je iets ongeveer 10 keer geproefd moet hebben om het lekker te vinden?’ Opa merkt lachend op dat er nog hoop is voor de witlof en het spruitje. Hij kijkt vervolgens met Ben naar een filmpje over de Ethiopische Kobe, die vertelt wat zij en haar familie eten en hoe zij aan hun eten komen. Ook Nora voegt zich bij hen en samen bedenken ze dat ze toch maar boffen met het gevarieerde eten dat zij zich kunnen veroorloven. ‘Saai hoor, iedere dag rijst’, merkt Nora op.

Anna checkt even snel hoe duurzaam de wekelijkse boodschappen zijn. Dat ze zelf als gezin met wat makkelijk door te voeren veranderingen nog wat gezonder kunnen eten, dat heeft ze net geleerd. Maar welke impact hebben haar keuzes op het klimaat en op de beschikbaarheid van voedsel voor anderen? ‘Ha ha, mam, dat wordt niet alleen de biefstuk van de koe eten, maar het hele beest van kop tot staart’, lacht Nora die met haar meekijkt. ‘Ja, het blijkt allemaal niet zo eenduidig,’ zegt Anna tegen opa Jan. ‘Ik koop zo min mogelijk bewerkt vlees vanuit gezondheidsperspectief. Maar bekijk je het vanuit het oogpunt van duurzaamheid, dan zou ik juist wel weer worst moeten eten; dan gaat er minder voedsel verloren.’

In een volgende ruimte staat de voedselketen centraal. Nora en Ben drinken een kopje chocolademelk en Anna en opa Jan een kop koffie. Nora en Ben hebben een VR-bril op waardoor ze zien welke ingrediënten in hun chocomelk zitten, waar die vandaan komen en wat ermee gebeurd is voordat ze in hun kopje terecht kwamen. ‘Jee, de halve wereld zit in dit kopje!, merkt Nora op. Ben verbaast zich over alle kwaliteits- en veiligheidscontroles die de producten ondergaan en hoeveel mensen daar druk mee zijn.

‘Wist je dat wij in Nederland per jaar 40 kilo per persoon aan eten weggooien? Dat is meer dan jij weegt, Nora.’ Anna heeft haar koffie al op en tilt verschillende gewichten op. ‘In Afrikaanse landen gooien mensen maar heel weinig eten weg. Maar daar gaat weer veel eten verloren tijdens de productie en het transport.’ Nora wil graag ook meteen iets doen. Ze stelt voor: ‘Zullen we deze maand eens heel goed opletten wat we weggooien?’

Ben en Nora springen in de volgende ruimte meteen op een fiets. Ze zijn nu in een zone die aandacht vraagt voor wereldwijde voedseluitdagingen, zo vertelt opa. Al trappend lezen de kinderen hoeveel energie er dagelijks nodig is om alle mensen op de wereld te voeden. Anna leest voor wat ze leest over de invloed van klimaatverandering, verstedelijking en een groeiende wereldbevolking op de vraag naar voeding en op de voedselproductie. Best ingewikkeld, vinden Nora en Ben, maar ze snappen het best. ‘Hoe moet dat straks? Met steeds meer mensen en steeds meer droogte,’ vraagt Nora zich af. ‘Kunnen ze daar niet iets voor uitvinden?’ ‘Goede vraag,’ merkt een oudere jongen een stukje verderop lachend op. Hij vertelt aan Nora en Ben dat hij met een paar andere studenten een onderzoek doet naar manieren om minder water te gebruiken voor het telen van tomaten. ‘En zo zijn er heel veel groepen bezig met onderzoek. Wij kijken nu even rond, maar we zijn hier omdat we straks een presentatie mogen geven. Aan andere onderzoekers maar ook aan een paar mensen van grote bedrijven.’

Terwijl de kinderen nog een aantal spellen doen en zich fysiek flink uitleven, kijken opa Jan en Anna rond in een gedeelte van de Experience over de rol van Nederland. Opa Jan is onder de indruk van de grote Nederlandse rol in de wereldwijde voedselproductie. Anna heeft vooral interesse voor de innovaties die juist ook in ons land worden ontwikkeld. ‘Mooi om te zien dat we ook op dit gebied voorop lopen.’ Ze concludeert: ‘En wat belangrijk dat we niet alleen kijken naar de belangen van inwoners en bedrijven in ons eigen land. Ik vind het fijn dat de Nederlandse overheid, onderzoekers en sommige bedrijven ook hard werken met mensen in het buitenland om ervoor te zorgen dat in de toekomst iedereen – waar ook ter wereld – goed kan eten op zo’n manier dat de aarde leefbaar blijft.’

‘Huh, een pizzabodem van bloemkool?’ Ben en Nora staan ondertussen ademloos te kijken in het lab waar het eten van de toekomst wordt gemaakt. Nora mag zelfs een handje helpen.
Als ze vervolgens in een supersonische machine voor zichzelf een pizza mogen maken, snappen Ben en Nora al aardig welke producten ze wel en welke beter niet kunnen kiezen. Ben: ‘Laten we paddenstoelen doen, en geen kaas.’ Nora stemt in: ‘We moeten onze pizza’s zo maken dat kinderen op andere plekken op de wereld ook straks voldoende te eten hebben.’

‘Ik vond het superleuk, en ook nog leerzaam,’ zegt Nora. Ben voegt toe: ‘En lekker!’. Terwijl ze genieten van de pizza bespreken Nora, Ben, Anna en opa wat ze allemaal gezien en gedaan hebben. ‘Zullen we zo nog naar de theatervoorstelling gaan?’, stelt Anna voor, ‘Die zag ik toen we net binnenkwamen.’ ‘En ik wil graag nog even met jullie naar de kas,’ zegt opa Jan. ‘Ik was daar net toen jullie de pizza’s maakten, en ook daar is van alles te zien, te ruiken en te proeven.’

Als ze halverwege de middag met z’n vieren weggaan, krijgen Nora en Ben het zakje zaadjes dat hoorde bij hun entreepas mee. ‘Die kun je planten bij het World Food Center, maar het mag ook thuis,’ zegt de mevrouw die ze de hand schudt bij het weggaan. En dat gaan ze doen. Ze nemen op het plein afscheid van opa Jan. Tevreden merkt Nora op dat ze veel gedaan hebben, maar dat er ook heus nog meer te zien en te doen is. ‘Dus we moeten nog een keer. Ga je dan weer mee, opa?’ Ben wil ook nog wel eens. ‘Ik vond alle doe-dingen het leukst.’

Een paar weken later neemt Nora rucola mee naar school, uit hun eigen tuin. Ze laat iedereen proeven, als onderdeel van haar spreekbeurt over ‘eten voor de hele wereld’.

Meer weten over de kracht van beleving in de WFC Experience? Lees hier het artikel van Harry Veldhuis

Het verhaal van Nora is gebaseerd op het concept dat door BRC Imagination Arts is  ontworpen. De exacte uitwerking van de Experience kan hiervan afwijken.